Volgens Ptolemaeus, een astronoom uit de tweede eeuw na Christus, was de aarde in rust en bewogen de zon, maan, planeten en sterren daar in cirkelvormige banen omheen.
Dit beeld bleef eeuwenlang aanvaard, door gewone mensen, maar ook door wetenschappers.
De Pool Copernicus (1473-1543) beweerde in een boek dat de zon het middelpunt van het heelal is en dat de aarde en de andere vijf toen bekende planeten eromheen zweven in cirkelvormig banen.
In 1616 verbood de de kerk het werk van Copernicus samen met andere boeken die in strijd waren met de bijbel. In 1632 werd ook het werk van Gallileï verboden.
Copernicus hield zich niet alleen met de theorie bezig. Hij verrichte ook astronomische waarnemingen. Omdat hij de kalender wilde verbeteren hield hij zich speciaal bezig met een nauwkeurige bepaling van de omlooptijden van de zon en de maan.
Deze bepalingen hebben later mede als grondslag gediend voor de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII.