Toen Julius Caesar in 48 voor Chr. in Egypte arriveerde, raakte hij onder de indruk van de kennis van de Egyptische astronomen en van de perfectie van hun zonnejaar van 365 dagen.
In vergelijking daarmee was de Romeinse kalender primitief, met onjuiste regels die ook nog eens slecht werden nageleefd.
Een periode van 12 maanomlopen duurt 354 dagen, maar omdat de Romeinen dachten dat even nummers ongeluk brachten, gaven ze het jaar 355 dagen.
Een extra maand werd naar willekeur toegevoegd, soms uit politieke overwegingen. Daardoor volgde de kalender de seizoenen niet meer.
Bij terugkeer in Rome gaf Caesar wetenschappers opdracht om een kalenderhervorming op te stellen.
De hervormingscommissie onder leiding van de Griekse astronoom Sosigenes realiseerde zich dat drastische maatregelen nodig waren om de kalender in lijn te brengen en te houden met de seizoenen. Dit werd de Juliaanse kalender.