Twee spelers krijgen twaalf vragen. De beginletter van elk gegeven antwoord wordt bewaard. In de laatste twee minuten van de speeltijd moeten ze een woord van twaalf letters samenstellen.
Er zijn twee teams die na elkaar spelen. Het team met de meeste punten mag de volgende keer terugkomen (maximaal drie keer).
Ellen Blazer bedacht de quiz in 1971. De eerste jaren werd hij gepresenteerd door Joop Koopman. Sinds 1990 is Astrid Joosten de presentator.
Het antwoord op de vragen hoeft niet uit parate kennis te komen. Het unieke aan deze quiz is dat de spelers het antwoord mogen opzoeken. Het opzoeken kost punten, dus het is van belang om dat zo efficiënt mogelijk te doen.
De zin 'Dat zoeken we op' is een gevleugelde uitspraak geworden in de Nederlandse taal.
In 2008 zijn de leader, de grafische vormgeving en het decor veranderd.
Het is jammer dat de makers van televisieprogramma's bij aanpassingen alleen denken aan de vorm. Er zouden namelijk wel wat dingen aangepast kunnen worden bij deze quiz, maar daar horen het decor en de leader niet bij. Ik doe graag wat suggesties.
Spelers raden het woord in de oude vormgeving.
Omdat het opzoeken een belangrijk aspect is van het spel, wil ik als kijker graag zien hoe een speler zoekt. Nu blijft dit onderdeel grotendeels verborgen.
Er moet een camera zijn die laat zien welk boek een speler pakt of wat hij intikt op de computer en hoe hij te werk gaat bij het zoeken. Goede spelers kunnen een antwoord soms verbazingwekkend snel vinden.
De twee koppels spelen wel tegen elkaar, maar niet tegelijkertijd. Er is dus geen reden zachtjes te praten als ze onderling overleggen. De spelers moet van tevoren worden gevraagd luidop te praten.
Als ze toch fluisteren moet de presentator ingrijpen. Wat de spelers tegen elkaar zeggen, hoort bij het spel en is interessant voor de kijkers.