Bij een bi-stabiele figuur is een vorm getekend, maar is het gedeelte dat niet bij die vorm behoort ook een voorstelling.
Er zijn veel bekende voorbeelden van bi-stabiele figuren, zoals de bekerillusie die de Deense psycholoog Edgar J. Rubin rond 1915 maakte.
Opmerkelijk is dat de kijker altijd slechts één van de twee voorstellingen kan zien. Er zit altijd een omschakelpunt in het kijken.
Niet iedereen ziet even snel dat er twee voorstellingen bekeken kunnen worden. Wie het eenmaal ziet blijft razendsnel schakelen tussen de twee voorstellingen.